De bankenfarce

De bankenfarce John Reintjes geld financieel

Een reactie op het artikel in MT.nl van Barbara Baarsma, directievoorzitter Rabobank.
door John Reintjens – HorecaMonitor

In het artikel van 29 april 2020 gaat Barbara Baarsma in op het ‘nieuwe normaal’ en de rol van de banken en de overheid. Zij geeft daarin aan dat deze twee instituten ons financieel behoeden voor het niet direct onderuitgaan in de coronacrisis. Lees hier het artikel op MT.nl.

De praktijk: grote drukte bij de uitvoering aan het kredietloket

In dit artikel zet ze uiteen wat de insteek is van een nieuw leiderschap binnen de banken, bedrijfsleven en de overheid. Er moet anders gedacht worden en de bedrijfseconomische belangen van ondernemingen moeten op een andere wijze benaderd worden.

Waar ik mij echter niet mee kan verenigen, is dat de banken de laatste maanden de uitvoerders zijn geworden namens de overheid. Hierbij heeft die overheid inderdaad mooie plannen en toezeggingen gedaan richting het bedrijfsleven, waardoor een massaal faillissement en het gigantische werkloosheidspook voorlopig enigszins wordt afgewend.

De ervaring die ik de afgelopen maanden heb opgedaan, en naast mij vele andere adviseurs, is dat de overheid bereidwillig is. Maar het zijn juist de banken die de regelingen moeten uitvoeren en zich steeds weer verstoppen achter de frase ‘in de kern niet gezond’.

Het gevolg is dat er in werkelijkheid een bewuste schifting gemaakt wordt tussen het kleine MKB en het grotere MKB+. De kleinere ondernemers die geen tonnen aan eigen vermogen hebben staan op hun balans, krijgen gewoon niets van de goedbedoelde overheidsregelingen. En juist grotere MKB+ klanten krijgen, zonder blikken en blozen binnen drie dagen hun gevraagde liquiditeiten uitgekeerd via o.a. de BMKB en GO-regelingen. Het ‘mooiste’ voorbeeld is in de hospitalitybranche is wel Booking.com. Echter hierdoor wordt er door de banken geen tot te weinig lucht verschaft aan de vele MKB-ondernemers.

Nieuw leiderschap en nieuwe terminologie

Dat er nieuw leiderschap moet komen, ben ik met mevrouw Baarsma geheel eens. Er zal door een andere bril gekeken moeten worden naar ieders onderneming en de toekomst. Niets zal meer vanzelfsprekend zijn als we ‘opengaan’, en er zal zeker nieuw ondernemerschap vereist worden. Echter daar komt in het artikel weer een ander term om de hoek kijken, namelijk ‘continuïteitsperspectief’. Een term die veel overeenkomst vertoont met de frase ‘in de kern niet gezond’ zijn.

Er moet volgens mevrouw Baarsma sprake zijn van bedrijven met continuïteitsperspectief, willen deze nog een financiering krijgen. Maar hoe gaan we dit rijmen met de schuldentsunami die het merendeel van de bedrijven heeft opgebouwd in deze periode, om überhaupt het hoofd nog enigszins te bieden aan het naderend onheil? In de kern genomen zal het verkrijgen van enige financiële kredietruimte een enorme uitdaging worden.

Drie voorwaarden

Om te vallen binnen een continuïteitsperspectief, moeten bedrijven volgens haar een toekomstig verdienmodel hebben, met daaraan gekoppeld drie voorwaarden. Hierbij segmenteert ze niet naar bedrijfssectoren.

Laten wij de voorwaarden, oftewel eisen, eens spiegelen aan de hospitalitybranche:

Eis 1: Het bedrijf moet ondersteunend zijn aan de energietransitie.
Hoe vertalen we dit naar de horeca? Ik kan mij voorstellen dat we strikter worden bij de inkoop van producten, goederenstromen minimaliseren en de locals supporten. Of duurzame nieuwbouwprojecten opzetten zoals hotel Breeze of hotel Jakarta in Amsterdam. Maar verder zal deze eis vooralsnog een uitdaging vormen bij veel ondernemingen in de horeca.

Eis 2: Het bedrijf moet volledig gedigitaliseerd zijn.
De horecabranche bestaat vooral uit mensenwerk. Onze sociale functie en de menselijke interactie maken het verschil. Dat kassasystemen en planningen gedigitaliseerd kunnen worden, inclusief de verwerking van de financiële administratie, is een feit en zeer wenselijk. Ook ICT-netwerken, hotelsoftware, domotica en apps zijn niet meer weg te denken en ondersteunen de hotelier en horecaondernemer in hun dienstverlening. Echter mis ik de uitleg van deze eis, om te behoren tot een uitverkoren ondernemer die in aanmerking komt voor een financiering. Vooral in een branche waar gastvrijheid, ambacht, het gebruik van het gezonde verstand en handwerk doorslaggevend is voor goede beleving voor de gast.

Eis 3: Er moet een leercultuur zijn in het bedrijf.
Deze laatste eis is naar mijn mening de enige eis die door horecaondernemers uitgevoerd wordt en kan worden. Veel horecabedrijven zijn immers al lang leerbedrijven voor hun medewerkers.

Kortom, we zullen vanuit een nieuw denken toch samen met de banken moeten gaan kijken naar de juiste invulling en uitvoering van deze nieuwe bepalingen. Vooral om te voorkomen dat we als horecaondernemers niet nog meer van het kastje naar de muur gestuurd worden en een speelbal worden van onuitvoerbare normen en eisen die banken ons gaan opleggen. Dit alles om überhaupt nog een goed verdienmodel, met een gezond continuïteitsperspectief, te hebben of behouden.

John Reintjens
Bedrijfsstrateeg en business valuator HorecaMonitor

John staat je graag te woord, net als de andere Horecaspecialisten van HorecaMonitor. In deze moeilijke tijden bieden wij een gratis 20 minuten consult aan waar wij ingaan op jouw problemen. Wij kijken al terug op fantastische sessies met horecaondernemers. Grijp dus je kans en boek HIER jouw gesprek.

 

Deel dit artikel met je netwerk: